Een stukje tekst uit De Hand van Darwin
Darwin introduceerde begrippen als Toeval, het Recht van de Sterkste, Natuurlijke Selectie en de Strijd om het Bestaan om de oorsprong van mens en dier te verklaren. De mens was niet vierduizend jaar voor Christus, zoals uit de Bijbel berekend is, uit het niets verschenen door toedoen van een goddelijke handeling. De beroemde natuurkundige verving de goddelijke scheppingsdaad door modificatie. Hiermee bedoelde Darwin een geleidelijke doch oncontroleerbare ontwikkeling van levendige organismen van generatie op generatie en van heel eenvoudige tot zeer complexe speciën. Alle levende wezens, inclusief de mens, zijn het resultaat van een evolutief proces van aanpassing en verandering gedurende vele miljoenen jaren.
Hoewel zijn ideeën de wereld schokten, waren ze niet helemaal nieuw. Wie echter de Bijbel in twijfel durfde te trekken, riskeerde excommunicatie of uit de Kerk gestoten te worden. Darwin had geluk dat de tijdsgeest milder was geworden. Mocht hij zijn theorie enkele eeuwen vroeger verkondigd hebben, had hij zich heel wat meer moeilijkheden op de hals gehaald en er misschien het leven bij gelaten. Toen trad de inquisitie zeer hardhandig op tegen iedereen die Gods woorden anders interpreteerde. Marteling, foltering en wrede executies op de brandstapel moesten afvalligen terug op het juiste spoor zetten. Hierdoor bleven afwijkende meningen eeuwenlang ondergesneeuwd. Vanaf de Renaissance smolt de sneeuwlaag beetje bij beetje door een toegenomen interesse in de Klassieke Oudheid. Hier en daar doken mondjesmaat andere inzichten op over het ontstaan van de wereld en haar schepselen.
Ruim driehonderd jaar voor Darwin droeg een man met een even lange baard zijn steentje bij. De Toscaanse geleerde en befaamde schilder Leonardo Da Vinci deed onderzoek naar de steeds veranderende vormen van het aardse leven. Leonardo noteerde de resultaten van zijn observaties, experimenten, uitvindingen en zijn filosofische overdenkingen op duizenden pagina’s. Hij schreef wel vreemd genoeg zijn aantekeningen in spiegelschrift. Deed hij dat omdat hij linkshandig was? Of had hij een andere goede reden om de letters om te draaien? Angst voor de Kerk? Zijn aantekenboeken bleven verborgen in oude bibliotheken tot ze eind negentiende eeuw ontdekt en gepubliceerd werden.